het Karakter
Het karakter van de vier is vooral praktisch, pragmatisch. Een vier is heel duidelijk en georganiseerd. Daarom zie je ook zo veel vierdelingen terug in de wereld (seizoenen, emblemen, windrichtingen, enz). Daar horen woorden als accuraat, maar ook perfectionistisch bij. Of behouden en loyaal, maar ook dogmatisch. Logische structuren, maar ook ingehouden gevoelens.
In de taal noemen we mensen vierkant (square) als ze erg volgens de regeltjes en de normen zijn. Eigenlijk vinden we deze mensen ook een beetje saai. Je kunt gegarandeerd op vieren bouwen, maar je hoeft geen flexibiliteit of spontaniteit te verwachten.
Vier of het vierkant wordt ook geassocieerd met de aarde en aardsheid, nuchterheid is een karaktertrek dat daarbij en dus ook bij vier hoort.
de Stap of Energie
Bij stap vier in de ontwikkeling ga je dan ook naar een nieuwe basis. Van de heldere, maar magere één, ging je naar de onzekerheid van de twee en vervolgens bracht de drie je in beweging naar nieuwe mogelijkheden. De vier is de basis die door die mogelijkheden gevormd wordt. Er ontstaat een nieuwe zekerheid.
Dat geeft over het algemeen rust. Je kunt even bijkomen van die eerste bewegingen en ervaringen. Het is als een bankje op je pad waar je even pauze kunt nemen om te bepalen hoe je nu verder wilt gaan. Voor sommigen zal dit bankje voelen als een nieuw thuis. Zij zullen niet verder willen gaan nu ze eindelijk iets concreets hebben bereikt. Anderen willen misschien niet eens gaan zitten, bang om vastgelegd te worden.

Vier zielen
Andere bronnen voor getalssymboliek zijn de leer van Pythagoras en de Kabbala. Pythagoras zag de wereld in getallen en tegelijkertijd dat met de kennis van de getallen de geheimen van de wereld ontsloten konden worden. In de kabbala zien we de getallen terug in de levensboom.
Zowel Pythagoras als de Kabbala zien in de vier een eenheid of compleetheid. Dat komt omdat beide zienswijzen spreken over dat de mens vier zielen of een ziel met vieraspecten heeft. Het gaat dan over het lichamelijke, intellectuele, gevoelsmatige en de levenskracht. Bij de vier zijn alles aspecten aanwezig. Toch is er ook een verschil.
Pythagoras ziet in de vier, de tatrade, een nieuw en complexer dualisme ontstaan. Er is sprake van structuur en compleetheid, maar daardoor ook meer keuze en dus ook kans op meer onzekerheid.
De kabbala noemt de vier juist chesed, genade. In de compleetheid van vier wordt liefde gevonden. Niet zozeer de romantische liefde, maar standvastige, trouwe liefde, waarbij loyaliteit centraal staat.
de Kaarten
De vieren in de Kleine Arcana laten bovenstaande heel mooi zien. De Pentagrammen en Bokalen lijken de zienswijze van Pythagoras aan te hangen, waarbij één kaart zich vasthoudt aan de structuur en de andere kaart juist de grotere twijfel verbeeldt. De starheid van de vier in zowel het willen vasthouden als juist niet vastgelegd willen worden komt naar boven.
De Staven en Zwaarden tonen juist de zienswijze van de kabbala. De Staven vier door het beeld van trouw en Zwaarden vier door het beeld van genade (met name in het glas in lood).
Neem deze vier kaarten eruit en lees nogmaals de tekst van dit artikel door. Waar zie je in de symbolen en elementen op de kaarten terug wat er over de ontwikkeling en energie is beschreven. Bij welke kaart is welke karaktertrek van de één het meest van toepassing?