het Karakter
Het karakter van de één laat zich omschrijven als dat van de solist, de einzelgänger, de individualist en de pionier. Hier horen woorden als initiatief nemen, onafhankelijkheid, originaliteit en wilskracht bij. Een één heeft geen ander om zich mee te vergelijken en dat resulteert in twee mogelijkheden. Aan de ene kant is er de één die zich door niets laat tegenhouden en geheel de eigen weg gaat (die dan ook de enige ware weg is). Aan de andere kant is er de één die niet uitgedaagd wordt om zich verder te ontwikkelen en een beetje doelloos ronddwaalt.
De eerste één heeft die mannelijke kracht van actie en manifestatie. Laten zien dat hij of zij er is. Vooroplopen, de weg tonen. Als leider, maar ook trendsetter. Deze enen kunnen wat egoïstisch uit de hoek komen en staan niet per se open voor andermans visies.
De tweede één heeft, juist doordat er geen vergelijk met een ander is, faal angst om in actie te komen. Want hoe dan? Tegelijkertijd zijn enen het niet gewend om om hulp te vragen en creëert dit karakter een neergaande spiraal van luiheid, zwakte, uitstelgedrag en tegenwerken.
de Stap of Energie
De één of aas in de Tarot is de eerste kaart in een reeks van tien. Het is de introductie van een embleem. Waite zegt hierover ‘een geschenk van de geest, goddelijke genade, het idee dat we de kracht van die kleur op dit moment ontvangen’. Dit zie je terug in het beeld op de kaarten. Alle emblemen worden door een wolkenhand aangereikt. Het is nog niet concreet of tastbaar, maar een idee.
Net als bij het karakter van de één is er nog geen sprake van een ander. Bij het karakter betekende dit dat er geen vergelijk of voorbeeld was. Bij de ontwikkelingsstap, dat er nog geen sprake is van beweging. Dit is een statische situatie. Zoals het begin van een sprookje waarin de personages en de situatie worden voorgesteld, maar nog geen verlangen of noodzaak bestaat om op avontuur te gaan.
De energie die hierbij hoort is die van dromen en mogelijkheden, brainstormen zonder in actie te hoeven of willen komen.

de Eikel en de Boom
Andere bronnen voor getalssymboliek zijn de leer van Pythagoras en de Kabbala. Pythagoras zag de wereld in getallen en tegelijkertijd dat met de kennis van de getallen de geheimen van de wereld ontsloten konden worden. In de kabbala zien we de getallen terug in de levensboom.
Pythagoras noemde de één de monade en zag erin de eenheid en de eerste grondbeginselen. Hij was van mening dat de één zich onderscheidde van alle getallen die erop volgen.
Ook in de kabbala waar de één Kether, de kroon, is, wordt gesproken van ‘de oorsprong van alles’, de bron waar al het andere uit voortkomt. Ook hier wordt de één als volledig in zichzelf gezien en verheven boven alle afzonderlijke delen van de schepping.
Zowel in de kabbala als door Pythagoras wordt de één dus als een allesomvattend geheel gezien van waaruit uiteindelijk de afzonderlijke stappen naar het resultaat toe volgen. Een mooie metafoor is de eikel waarin alle bestanddelen van de eikenboom al aanwezig zijn. Bij de één wordt het eikeltje, het zaadje geplant.
De kaarten
De enen in Tarot (waarbij ik alleen uit ga van de Kleine Arcana) zijn de azen in het deck. Neem deze vier kaarten eruit en lees nogmaals de tekst van dit artikel door. Waar zie je in de symbolen en elementen op de kaarten terug wat er over de ontwikkeling en energie is beschreven. Bij welke kaart is welke karaktertrek van de één het meest van toepassing?